De Verenigde Oostindische Compagnie de V.O.C.

Nederland en Het Verre Oosten

Voorzijde
Achterzijde
25,00
Vandaag besteld,
morgen verzonden
+
Bestel
ISBN: 9789493303157
Uitgever: ProBook B.V.
Verschijningsvorm: Paperback
Auteur: Gerard Strijards
Druk: 1
Pagina's: 280
Taal: Nederlands
Verschijningsjaar: 2023
NUR: Europese overzeese expansie

Dit is het eerste deel in de serie “Nederland en Het Verre Oosten”.

Voor dit deeltje koos ik de titel “De Verenigde Oost-Indische Compagnie”, omdat de ontwikkeling van de Nederlanden en het ontstaan van de V.O.C. sterk met elkaar zijn verweven.

In dit boekje beschrijf ik welke machtsverhoudingen van invloed waren op de ontwikkeling van de Nederlanden en de rol van de V.O.C. daarbij. Iedereen wilde het grote geld uit de Nieuwe Werelden naar zich toe te halen. De tachtigjarige oorlog werd door Spanje goeddeels gefinancierd uit de opbrengsten uit zijn koloniën.

Koloniën werden simpelweg geclaimd. Daar waren zelfs protocollen voor ontwikkeld. Dat daar allerhande geopolitieke spanningen uit konden voortkomen, lag voor de hand. De eerste geopolitiek verdeling van invloedssferen op wereldschaal behandel ik uitgebreid omdat ook de V.O.C. daarmee rekening had te houden: Paus Alexander VI trof in 1494 een verdeling van invloedssferen om de militaire machten van die tijd, Portugal en Spanje, in het gareel te houden. De verhouding tussen de V.O.C. en de Republiek van de Zeven Verenigde Provinciën was complex en vaak volkomen ondoorzichtig. Dat probeer ik te ontwarren met Johan van Oldebarneveldt als één van de hoofdrolspelers. Dit thema van complexiteit en verkleving loopt als een rode draad door dit boekje.

De V.O.C. boekte grote winsten, die voornamelijk de elite ten goede kwamen. Het werd een holding-company met werkmaatschappijen die goed dividend uitkeerden aan de elite. De aandeelhouders parkeerden hun kapitaal veelal in Londen.

Wonderlijk genoeg kwamen de schulden, die de V.O.C. maakte, terecht bij de nationale staatskas. De staatsschuld steeg enorm. De grote schulden leidden ertoe dat rond 1750 het faillissement van de V.O.C. onafwendbaar was. Hoe het kon dat ruimhartig dividend werd uitgekeerd en de schulden niet werden aflost door de V.O.C., zou vandaag de dag een parlementaire enquêtecommissie rechtvaardigen. Uiteindelijk werden de schulden over vele jaren afgelost uit de indirecte belastingopbrengsten. Ook dat is naar huidige begrippen onaanvaardbaar. En toen eigenlijk net zo moreel verwerpelijk.

Wie heeft er aan de touwtjes getrokken?

Het komt allemaal voorbij.

Gerard Strijards