Robert Mol

Robert Mol begon in 2007 als duaal student/docent Engels en stond al na een half jaar onder begeleiding voor de klas. Vanaf het begin was hij bezig met het zinvol inzetten van technologie voor zijn leerlingen, bijvoorbeeld door een website te maken waarop leerlingen extra konden oefenen met opdrachten, Engelse teksten konden lezen en luisteroefeningen met gesprekken en muziek konden doen.
Hij werkte ongeveer tien jaar als docent Engels in het middelbaar onderwijs, voordat hij een aanbod kreeg om aan de Hogeschool Rotterdam te werken als lerarenopleider didactiek en pedagogiek. Daar leidde hij studenten op die leraar wilden worden en gaf hij vakken zoals adolescentiepsychologie, onderwijssociologie en didactiek, waarbij hij steeds de toegevoegde waarde van technologie binnen en buiten de klas benadrukte.
Sinds enkele jaren werkt hij drie dagen per week bij de Hogeschool Rotterdam als onderwijsadviseur en geeft hij twee dagen per week zelfstandig trainingen aan docenten. Met de opkomst van generatieve AI, zoals ChatGPT, begeleidt hij veel scholen bij het verantwoord inzetten van deze technologie. In de tijd die hij overhield, schreef hij zijn boek, een proces dat meerdere jaren heeft geduurd.

Hoe is het idee voor het boek ontstaan?
In 2022 mocht ik de prijs voor docent van het jaar van de Hogeschool Rotterdam ontvangen. Ik was genomineerd door een student die ik intensief had begeleid en blijkbaar waren er veel andere studenten die ook graag begeleiding en les van me kregen. Vol trots heb ik dat uiteraard gedeeld op social media, waarop mijn uitgeverij (Boom uitgevers) contact met mij opnam. Ze hadden gelezen dat ik veel deed met digitale didactiek en vroegen zich af of ik daar een boek over wilde schrijven. Dat wilde ik wel! Het idee van de inhoud in het boek zat natuurlijk al veel langer in mijn hoofd. Ik wilde in het boek vooral laten zien dat technologie toevoegen aan al bewezen didactiek een enorme meerwaarde kon zijn. Daarom vinden docenten in het boek veel informatie over basisdidactiek met technologie, maar ook over differentiëren, formatief handelen, feedback(geletterdheid) en samenwerkend leren me technologie. Verder wilde ik ook aandacht besteden aan modernere vormen van didactiek, zoals blended leren, werken met podcasts, video’s en gamification. Ik was geïnspireerd door andere boeken die behalve veel informatie ook concrete werkvormen hadden, dus daarom heb ik het boek geëindigd met 30 kant-en-klare werkvormen voor in klas. Veel van die werkvormen gebruiken AI, zoals ChatGPT, zodat docenten daarna ook het gesprek met hun klas kunnen aangaan over de (on)wenselijkheid van deze nieuwe technologie.
Op welke manier onderscheidt dit boek zich van andere boeken in hetzelfde vakgebied?
Ik denk dat in het handboek digitale didactiek meer verschillende didactische aspecten worden benoemd dan in andere boeken. Bij de didactiek wordt steeds een koppeling gemaakt met hoe technologie dat kan ondersteunen, versterken of verrijken. Ik hoor van lezers dat de hands-on ervaring die ik heb als docent in het onderwijs ervoor heeft gezorgd dat het informatief, maar ook erg praktisch is. Dat vind ik fijn om te horen! Ik heb ook hard geprobeerd om het boek genuanceerd te houden. Soms is een werkvorm of een les zonder technologie ook prima. Het is niet nodig om overal alleen maar technologie voor in te zetten. Ik vind het zelf ook leuk als ik in een workshop ineens weer met post-its, flappen en stiften mag werken. Tegelijkertijd kan technologie zonder veel gedoe bestaande werkvormen veel krachtiger maken. Docenten aanleren hoe dat moet en wanneer dat wel of niet wenselijk is, doe ik graag en ik denk dat dat in het boek ook goed gelukt is!
Hoe helpt het boek toekomstige leerkrachten om theorie te vertalen naar de praktijk in de klas?
Vanwege de combinatie van de theorie met de vooral ook praktische adviezen en de kant-en-klare werkvormen in het boek denk ik dat docenten bij bijna alle onderdelen de rechtstreekse vertaling naar de praktijk al snel zien. Vaker wel dan niet heb ik die vertaling ook al zichtbaar gemaakt met voorbeelden en zijn de meeste adviezen de volgende dag in de klas al te gebruiken.
Op welke manier heeft uw eigen ervaring in het basis- of het lerarenonderwijs uw schrijven beïnvloed?
Als leerling op de havo vond ik het héérlijk om in lessen lekker mijn eigen gang te kunnen gaan. Ik was zelf extreem gevoelig voor het niveau van de leerstof die mijn kant op kwam. Als opdrachten te moeilijk waren, werd ik al snel gefrustreerd en als opdrachten te makkelijk waren verveelde ik me ook heel snel. Ik vond het daarom heel fijn om zelf dingen uit te zoeken en te oefenen met oefeningen die goed aansloten bij mijn niveau. In mijn tijd als docent op het middelbaar onderwijs, maar vooral als lerarenopleider, ben ik een veel sterkere visie op onderwijs gaan ontwikkelen. Ik begon didactiek steeds meer te zien als een gereedschapskist aan ideeën, handelingen en werkvormen waarbij ik me altijd kon afvragen wanneer ik wat op welke manier het beste kon doen. Belangrijker nog dan sterk ontwikkelde didactische vaardigheden, die er écht voor kunnen zorgen dat je leerlingen docenten en hun lessen leuker vinden, vond ik uiteindelijk de omgang met de leerlingen en studenten. Op de lerarenopleiding ontdekte ik dat naast heel duidelijk en gestructureerd kunnen zijn, juist mijn geduldige en empathische karakter studenten het meest raakte. Grappig genoeg heeft dat vrij weinig met digitale didactiek te maken, maar ik denk wel dat vooral dat mij een prettige docent maakt: Leerlingen en studenten als mens zien en als mens behandelen. Soms écht wel met een kritische of vervelende boodschap als dat nodig is, maar áltijd met geduld en empathie.
Is er in het boek een nieuwe balans gevonden tussen diepgang en toegankelijkheid?
Ik denk dat het boek vooral erg toegankelijk is. Er zit uiteraard ook diepgang in, maar het boek richt zich voornamelijk op docenten die nog niet heel veel verstand hebben van digitale didactiek. Ook docenten met al wel ervaring zullen er inzichten uit kunnen halen, maar omdat er zoveel verschillende aspecten van digitale didactiek worden behandeld heeft niet elk aspect evenveel diepgang. Over onderwerpen als differentiëren of formatief handelen zijn bijvoorbeeld hele boeken geschreven. Mijn hoofdstuk daarover zal natuurlijk nooit zo alomvattend zijn. Ik heb wel geprobeerd om de basis van alle onderwerpen goed uit te leggen en vervolgens uit te leggen hoe technologie die onderwerpen kan ondersteunen, versterken en verrijken. Vaak met kant-en-klare werkvormen erbij om ze gelijk in de klas uit te proberen en verwijzingen naar andere boeken waarin bepaalde onderwerpen diepgaander worden behandeld.
Hoe ziet u de rol van docenten bij het gebruik van uw boek in het onderwijs?
Ik ben niet iemand die voorschrijft hoe mijn boek gebruikt zou moeten worden. Als een docent alleen maar een leuke werkvorm uit het laatste hoofdstuk haalt en daardoor geïnspireerd wordt, dan ben ik al blij dat ik daarmee heb kunnen helpen. Ik zou het wel fijn vinden als docenten die geïnspireerd worden, die inspiratie dan ook weer delen met anderen. Op die manier helpen we elkaar meer grip te krijgen op zinvolle inzet van technologie. Ik zie op veel scholen dat daar nog veel behoefte aan is.
Hoe gaat u om met veranderingen in het curriculum van de pabo bij het updaten van uw boek?
Omdat het boek voornamelijk is gebaseerd op bestaande didactiek en hoe technologie dat kan ondersteunen, versterken en verrijken, zal het boek niet heel snel relevantie verliezen. Het hoofdstuk over kunstmatige intelligentie (AI) zal wel wat achterlopen op de ontwikkelingen, omdat die zo hard gaan. Toch blijft de basis die daarin wordt beschreven relevant. Het gaat namelijk niet alleen maar om alle tools en mogelijkheden, maar vooral ook om belangrijke ethische kwesties bij het gebruik van AI, zoals privacy, security, auteursrecht, intellectueel eigendom én kansengelijkheid. Op de pabo komt gelukkig steeds meer aandacht voor digitale geletterdheid. Het scherp kunnen inzetten van zinvolle digitale didactiek op een pabo of lerarenopleiding geeft het goede voorbeeld voor de leraren en docenten die je aan het opleiden bent. Digitaal vaardige docenten zijn nodig om leerlingen en studenten ook digitaal vaardig te krijgen en te houden. Daarom ben ik erg trots dat ik daar een bijdrage aan mag leveren.
Hoe zorgt u dat het boek aansluit bij de huidige generatie studenten en hun leerbehoeften?
Ik ben sowieso erg sceptisch over generatie-denken en roep mensen altijd op om de wetenschap erachter eens te onderzoeken. Daaruit blijkt dat er eigenlijk amper bewijs is voor specifieke kenmerken bij specifieke generaties. De wetenschap is het er bijvoorbeeld al niet over eens wanneer welke generatie precies zou beginnen. Veel dingen klinken aannemelijk, maar dat betekent niet dat ze zo zijn. Het afstemmen van je onderwijs op leerstijlen van leerlingen en studenten is daar nog een voorbeeld van. Dat is één van de grootste mythes die het onderwijs ooit heeft gekend. Leerlingen en studenten presteren niet beter als je je onderwijs afstemt op hun zogenoemde “leerstijlen”. Ook de mythe dat leerlingen en studenten een steeds kortere aandachtspanne hebben wordt nog vaak herhaald. Evolutie werkt niet zo snel dat dit in een aantal jaren biologisch ineens veranderd is. Het probleem ligt helemaal niet bij de aandachtspanne, maar bij de hoeveelheid afleiding die om ons heen te vinden is. Technologie zorgt ook voor afleiding, daarom pleit ik in mijn boek voor duidelijke regels rondom technologie in de klas én zou ik graag zien dat het gesprek erover met leerlingen en studenten gevoerd blijft worden.
Naast zijn werk als auteur is Robert Mol ook docent. Hieronder vertelt hij hoe deze twee rollen samenkomen in het boek dat hij schreef.
Wat zijn volgens u de belangrijkste trends of ontwikkelingen die het HBO onderwijs of in uw vakgebied de komende jaren zullen beïnvloeden?
Voornamelijk generatieve AI, zoals ChatGPT, zorgt op dit moment voor enorm veel nieuwe mogelijkheden en uitdagingen in het onderwijs, waarbij het belangrijk is om te vermelden dat de vraag of al die mogelijkheden überhaupt wenselijk zijn belangrijk blijft. Naast veel positieve aspecten van AI zitten er ook veel minder positieve aspecten aan. Voor beide kanten moet aandacht zijn in het onderwijs. Het belangrijkste vind ik nog dat we elkaar als mensen niet uit het oog moeten verliezen. Die trend merk ik helaas steeds meer. Ik maak me veel zorgen om de polarisering in de maatschappij en in het onderwijs zal daar wat mij betreft ook steeds meer aandacht voor moeten zijn, met een focus op acceptatie, empathie, geduld en liefde. Dat klinkt misschien heel zoetsappig, maar laten we alsjeblieft het menselijke blijven stimuleren. Het is fantastisch dat AI steeds beter als privé tutor kan functioneren, maar een klas waarin 30 leerlingen of studenten met een koptelefoon op alleen maar hun individuele digitale leerpad aan het doorlopen zijn is voor mij echt een nachtmerrie. Als dat voor een deel van een les gebeurt lijkt me dat prima, maar laten we dan in alle andere delen van de les dingen bedenken, dingen maken, creativiteit aanroepen, het met elkaar eens of oneens zijn en vooral ook met elkaar leren samenw te erken. De wereld heeft niet nóg meer mensen nodig die alles allemaal maar alleen doen. De wereld heeft mensen nodig die zich inzetten voor ons allemaal.
Hoe blijft u op de hoogte van nieuwe onderwijsmethoden en ontwikkelingen binnen uw vakgebied?
Wat een leuke vraag! Dat is erg belangrijk natuurlijk. Ik zorg ervoor dat ik mensen op LinkedIn volg die genuanceerd en wetenschappelijk onderbouwde content plaatsen. Veel nieuwe informatie haal ik daar vandaan. Ook werk ik veel samen met collega’s die allemaal vanuit een andere insteek kijken naar onderwijs. We hebben op de Hogeschool Rotterdam specialisten op het gebied van digitalisering, maar ook op het gebied van diversiteit, inclusie, maatschappelijke innovatie, pedagogiek, taal en kansengelijkheid. Juist vragen om perspectieven die je normaal niet ziet is voor mij de manier om mijn onderwijsbeeld en wereldbeeld te vergroten. Daarnaast, heel praktisch, luister ik veel naar podcasts over generatieve AI en zorg ik dat ik in mijn agenda altijd tijd blokkeer om artikelen te lezen, nieuwe toepassingen te ontdekken en inspirerende voorbeelden uit te werken voor anderen.
Hoe ziet u uw eigen ontwikkeling binnen de veranderende context van het onderwijs?
Mijn eigen ontwikkeling zie ik als een samenkomst van verschillende factoren: Vanuit mijn expertise is het logisch dat ik vooraan blijf lopen op het gebied van digitalisering en onderwijs. Nieuwe inzichten en nieuwe voorbeelden zoek ik actief op. Tegelijkertijd bestaat onderwijs uit veel meer dan alleen maar digitalisering, dus zoek ik het gesprek met collega’s en studenten op om te kijken wat er nodig is. Ik weet van mezelf dat ik op bepaalde aspecten nog dingen te leren heb en vraag daarover om advies bij mijn collega’s en leidinggevenden. Ik ben niet iemand die vastgeroest kan zitten in een bepaalde baan waar ik altijd maar hetzelfde doe. Het onderwijs is altijd “aan het veranderen”, maar veel blijft ook hetzelfde. Het is maar de vraag welke veranderingen blijvend zijn, of dat we over een aantal jaar weer meer terug neigen naar hoe het vroeger was. Vasthouden aan bewezen principes van leren vind ik daarbij cruciaal, maar dan wel met een kritische open mind voor nieuwe mogelijkheden en ontwikkelingen. Ik vind het ook zeker niet vervelend om toe te geven dat het voor mij, met veel kennis op het gebied van AI en digitalisering, ook nog steeds zoeken is en dat ook zal blijven. Mensen die beweren dat ze “de waarheid” of “de oplossing” hebben gevonden, neem ik altijd met een korreltje zout. Verandering vraagt een blijvende kritische en onderzoekende houding. Ik heb daarbij zeker niet alle antwoorden, maar ik blijf wel altijd vragen stellen en ik blijf in gesprek met mensen die ook zoekende zijn. Leren van elkaars successen, maar vooral ook van elkaars falen vind ik een prachtig onderdeel van het ‘mens zijn’.

Handboek digitale didactiek
Slim digitaal in de klas is een praktisch handboek voor docenten die technologie doelgericht willen inzetten. Met duidelijke kaders, werkvormen, tools en AI-prompts laat het zien hoe digitale middelen leren verdiepen, motivatie verhogen en werkdruk beheersbaar houden — toepasbaar in alle onderwijsniveaus.
Meer interviews lezen?
Klik hier