Motiverend lesgeven. Hoe? Zo!
Sam Moeke, Aarnoud Nieuwenhuijze, Nathalie Aelterman en Pepijn Dousi hebben allemaal jarenlang ervaring in het onderwijs, zowel voor de klas als in het opleiden van leraren.
Vanuit die praktijk zijn zij zich als onderwijskundigen steeds verder gaan verdiepen in motivatietheorie en vooral in de vertaalslag daarvan naar de dagelijkse praktijk van het lesgeven. Die verbinding tussen theorie en praktijk vormt eigenlijk de rode draad in hun werk én in dit boek vertellen zij.

Wat was voor jullie de belangrijkste reden om dit boek uit te brengen?
De belangrijkste reden was eigenlijk dat we zagen dat motivatie, welbevinden en leerresultaten in het onderwijs steeds meer onder druk staan. Tegelijkertijd wordt er veel debat gevoerd over wat daarvoor de oplossing is. Aan de ene kant ligt de nadruk op effectiever lesgeven en kennisopbouw, aan de andere kant op motivatie, eigenaarschap en betekenisvol leren.
Voor ons is dat geen kwestie van óf-óf. Wij geloven juist in de combinatie van beide. We weten vanuit de cognitieve psychologie veel over effectief leren, bijvoorbeeld over directe instructie, gestructureerde kennisopbouw en het benutten van het geheugen. Tegelijkertijd laat de motivatiepsychologie zien hoe belangrijk het ervaren van autonomie, verbondenheid en competentie is voor duurzaam leren.
Wat wij merkten, is dat veel leraren behoefte hebben aan een vertaalslag van die wetenschappelijke inzichten naar de dagelijkse praktijk van de les. Niet alleen de theorie begrijpen, maar vooral: wat betekent dit concreet in mijn klas? Welke kleine keuzes maken daarin verschil? En hoe doe ik dat zonder wat ik al ken volledig te moeten omgooien?
Daarom hebben we dit boek geschreven. We proberen wetenschappelijke inzichten toegankelijk en praktisch te maken, zonder ze te versimpelen tot trucjes. Juist in die kleine momenten in de les, hoe je een opdracht introduceert, feedback geeft of leerdoelen bespreekt, ontstaat vaak de beweging naar motiverend lesgeven.
Welke veranderingen in het onderwijs zorgden ervoor dat er behoefte was aan een nieuwe druk?
Wat we de afgelopen jaren sterk in het onderwijsdebat terugzien is een tendens om steeds meer evidence-informed te (moeten) werken. Er is veel meer aandacht gekomen voor inzichten uit zowel de cognitieve psychologie als de motivatiepsychologie. Tegelijkertijd merken we dat veel leraren zich afvragen: hoe vertaal ik die inzichten naar mijn dagelijkse lessen? Want weten dát iets effectief is, betekent nog niet automatisch dat het ook direct toepasbaar voelt in de praktijk.
Juist daar ontstond volgens ons de behoefte aan dit boek. Leraren zoeken geen losse theorie of simpele stappenplannen, maar concrete handvatten voor de momenten in de les zelf. Wanneer geef je structuur? Hoe ondersteun je motivatie zonder vrijblijvend te worden? Hoe combineer je duidelijke instructie met betrokkenheid van leerlingen/studenten?
We merken dat veel leraren behoefte hebben aan een benadering waarin effectieve didactiek en motivatie elkaar versterken in plaats van tegenover elkaar staan. En precies die combinatie proberen we in het boek steeds concreet te maken aan de hand van herkenbare lessituaties en praktische voorbeelden.
Zijn er veranderingen geweest in het curriculum van de pabo of het onderwijsbeleid die invloed hadden op deze druk?
Jazeker. Begrippen als zelfregulatie en eigenaarschap zijn overal. Alleen als je die vertaalt zonder de onderliggende theorie goed te begrijpen, ontstaan er misvattingen. Denk aan het idee dat motivatie het startpunt kan zijn van leren. Terwijl het juist ook andersom kan werken: motivatie groeit óók doordat leerlingen succes ervaren. In het boek maken we die wisselwerking zichtbaar en vooral ook bruikbaar. Daarnaast willen we met het boek een gemeenschappelijke taal aanreiken over wat die begrippen (zelfregulatie en eigenaarschap) betekenen én hoe je deze concreet vertaalt naar de praktijk.
Hoe hebben jullie eigen ervaringen in het basisonderwijs of het lerarenonderwijs jullie schrijven beïnvloed?
We hebben heel bewust gekeken naar wat er écht gebeurt in lessen. En daar zie je precies die misvattingen terug. Lessen met veel keuze, maar weinig richting. Leerlingen die “vrij” mogen werken, maar vastlopen. Leraren die autonomie willen geven, maar structuur loslaten. Dat zijn naar ons idee geen fouten van leraren, maar doorgaans positieve intenties die door onjuiste vertalingen (net) niet goed uitpakken. Het boek helpt om daar scherper naar te kijken en er anders op te handelen.
Daarnaast is het zo dat we denken dat het niet alleen behulpzaam kan zijn om alternatieven te vinden voor situaties die soms stroever lopen, maar evenzeer om te begrijpen waarom bepaalde zaken wél heel goed werken.
Is er een balans ontstaan in deze druk tussen diepgang en toegankelijkheid?
We vinden het belangrijk dat leraren gevoed worden met inzichten uit de wetenschap, maar vervolgens zelf professionele keuzes kunnen maken die passen bij hun context. Daarom combineren we theoretische diepgang met praktische voorbeelden en suggesties.
Motiverend lesgeven is volgens ons namelijk geen vast recept, maar een manier van kijken naar onderwijs. Met de ABC-bril uit de zelfdeterminatietheorie kijk je steeds opnieuw: wat hebben deze leerlingen op dit moment nodig op het gebied van autonomie, verbondenheid en competentie? Soms is dat meer keuzevrijheid, maar soms juist meer structuur en duidelijkheid. Juist die nuance wilden we zichtbaar maken. Uiteraard blijven we ook kritisch naar ons werk kijken. Zo hebben we gedurende het afgelopen jaar feedback verzameld van lezers, die we in een volgende druk hebben geïntegreerd.
Hoe zien jullie de rol van leraren bij het gebruik van jullie boek in het onderwijs?
Als professional die nuance aanbrengt. Het boek helpt je niet om méér te doen, maar om bewuster te kiezen. Wanneer geef ik ruimte? Wanneer bied ik structuur? Want een van de hardnekkigste misverstanden is dat structuur en autonomie tegenover elkaar staan, terwijl ze elkaar juist nodig hebben. Het vakmanschap zit in het zoeken naar de juiste balans, wat wij het motiverende evenwicht noemen. Dat betekent niet kiezen tussen structuur of autonomie, maar juist leren hoe je die twee combineert zodat ze elkaar versterken.
Hoe zorgen jullie ervoor dat deze druk toekomstbestendig blijft in een snel veranderend vakgebied?
Door juist niet mee te gaan in trends of versimpelingen. De zelfdeterminatietheorie is sterk, maar (zoals veel theorieën) ook kwetsbaar voor verkeerde interpretaties. Als je het reduceert tot trucjes, verlies je de kracht. Wij proberen die kern overeind te houden. Dat is al decennia relevant en blijft dat ook.
Wat is de grootste uitdaging tijdens het maken van een nieuwe druk?
Oren en ogen ophouden voor goede, treffende praktijkvoorbeelden. En dan niet alleen toevoegen, maar ook (durven) vervangen. Door in contact te blijven met het werkveld blijven we de actualiteit koppelen aan door de wetenschap geïnformeerde inzichten.
Naast auteurs zagen we ook dat jullie docent zijn, daarom hebben wij hieronder nog enkele docentgerichte vragen.
Wat zijn volgens jullie de belangrijkste trends of ontwikkelingen die het hbo-onderwijs of jullie vakgebied de komende jaren zullen beïnvloeden?
We zien een beweging richting meer zelfregulatie en eigenaarschap, maar ook de valkuil daarvan. Als we eigenaarschap verwarren met “zoek het zelf maar uit”, verliezen we leerlingen. Goede leraren doen juist iets anders, ze geven richting én ruimte. En die combinatie wordt alleen maar belangrijker.
Hoe blijven jullie op de hoogte van nieuwe onderwijsmethoden en ontwikkelingen binnen jullie vakgebied?
Door niet alleen naar nieuwe ideeën te kijken, maar ook kritisch te blijven. Wat vind ik hiervan? Hoe verhoud ik mij hiertoe? Klopt dit eigenlijk wel? Die kritische blik is minstens zo belangrijk als nieuwe kennis.
Hoe blijven jullie zelf leren over pedagogiek, didactiek en de praktijk van het onderwijs?
Door onszelf regelmatig te betrappen op dezelfde denkfouten als iedereen 😉. Tot je ziet en ervaart dat het in de praktijk anders loopt. Door te blijven afstemmen met je collega’s én leerlingen/studenten toets je je aannames en houd je jezelf scherp.
Hoe zien jullie jullie eigen ontwikkeling binnen de veranderende context van het onderwijs?
We richten ons op het zichtbaar maken van nuance. Niet door dingen ingewikkelder te maken, maar door te laten zien waar het verschil zit, of wat veelvoorkomende misvattingen zijn. En wat je kunt doen om dan bij te sturen zodat studenten en leraren bewuster en met meer vertrouwen hun eigen keuzes kunnen maken.
Motiverend lesgeven. Hoe? Zo!
Motiverend lesgeven. Hoe? Zo! beschrijft hoe je in je les het initiatief neemt om het leerproces van je leerlingen op motiverende wijze te voeden en begeleiden.
Geïnformeerd door inzichten uit de motivatiepsychologie en de cognitieve psychologie maak je (hernieuwd) kennis met 14 elementen die je kunnen helpen om (nog) motiverender les te geven.
Aan de hand van heldere voorbeelden en praktische tips kun je onderzoeken wat het beste werkt voor jou en je leerlingen. Met als belangrijkste doel; een motiverende leeromgeving creëren.
