Ben van Cranenburgh

Interview     -     Bestellen     -     Meer van deze auteur

Dr. Ben van Cranenburgh is neurowetenschapper. Hij studeerde geneeskunde in Amsterdam en werkte daarna vele jaren als wetenschappelijk medewerker, o.a. bij het Nederlands Centraal Instituut voor Hersenonderzoek (neurofysiologie-onderzoek) en bij het Revalidatie Centrum Amsterdam (heden Reade) (klinisch onderzoek bij CVA-patiënten). In 1973 promoveerde hij op een neurofysiologisch onderwerp (Neuronale Firing Patterns). In 1987 richtte hij het Instituut voor toegepaste neurowetenschappen op (stichting ITON, Haarlem). Hij leidde het instituut t/m 2019. Ben heeft veel ervaring in het geven van onderwijs op universiteit, hogeschool alsook nascholingen voor diverse gezondheidszorgberoepen (artsen, therapeuten, psychologen) in binnen- en buitenland. 

Ben houdt zich intensief bezig met het overbruggen van de (te grote) kloof tussen wetenschap en praktijk, op het gebied van neurorevalidatie, leefstijl en “brain health”, sport en muziek. In zijn visie worden de neurowetenschappelijke inzichten pas echt interessant wanneer deze hun toepassingen krijgen in onze samenleving. Van zijn hand verscheen de zesdelige boekenreeks “Toegepaste Neurowetenschappen” (uitgegeven bij Bohn/Stafleu/Van Loghum te Houten) alsook – in eigen beheer – boeken voor een breder publiek, zoals “Pijn, waarom?”, “Oorlog en brein” en “Muziek en brein”. Zie voor meer informatie de website: www.neuroben.nl . 

Ben is ook musicus. Speelt klarinet en piano in diverse ensembles. Hij was solist bij het Nesko (Nederlands Studenten Kamerorkest) en was een van de pioniers van het Asko-ensemble (voor hedendaagse muziek). In het boekje “Muziek en brein” (2022) combineert Ben zijn inzichten in de neurowetenschappen met zijn ervaringen in het actief musiceren. 

Ben doet ook actief aan sport. Hij reed 3 Elfstedentochten en 4 “alternatieve” Elfstedentochten, nam deel aan diverse expedities en tochten in Noord Pakistan (Karakoram) en Nepal en maakt jaarlijks bergtochten in de Alpen. In het boek “Van contractie naar actie” legt Ben een relatie tussen zijn eigen ervaringen op sportgebied en de wetenschappelijke theorieën over motorisch leren. 

Expertise als docent 
Tijdens medische studie was BvC 3 jaren candidaat-assistent aan de Universiteit van Amsterdam. Hij verzorgde practica fysiologie voor 1e en 2e jaars medische studenten. Dat waren zijn eerste onderwijservaringen. Van 1969 tot 1977 was hij wetenschappelijk medewerker aan het Herseninstituut (promotie 1973). In die periode bouwde Ben van Cranenburgh ook zijn expertise als docent verder op. Hij organiseerde en coördineerde het onderwijs in de medische vakken aan de Haarlemse Academie voor Fysiotherapie. Hij gaf lessen op het gebied van de neurowetenschappen, later ook op academies in Den Haag, Amsterdam en Utrecht. 

Van 1987 tot 2020 gaf hij namens de stichting ITON (Instituut voor toegepaste Neurowetenschappen) vele lessen, lezingen en nascholingscursussen in binnen- en buitenland. 

Vanaf 2020 werkt BvC als zelfstandig docent/auteur, geregistreerd bij CRKBO (Centraal Register Kort Beroepsonderwijs). 


Wat was de belangrijkste reden om een nieuwe druk van het boek uit te brengen?
De neurorevalidatie ontwikkelt zich op dit moment snel. Daarom is actualisering nodig. Ook het studentengedrag is veranderd. Daar moet ik bij aansluiten. 

Welke ontwikkelingen binnen de zorg of het verpleegkundig onderwijs maakten een herziening noodzakelijk?
Vele disciplines zijn betrokken bij de geïnstitutionaliseerde neurorevalidatie. Die moeten op de hoogte zijn van nieuwe inzichten. Patienten worden na een CVA eerder naar huis ontslagen. Daarom is kennis over neurorevalidatie ook in de eerste lijn nodig. 

Hoe zorgt u ervoor dat de inhoud aansluit bij de actuele richtlijnen en protocollen binnen de zorg?
Het boek benadrukt dat de revalidatie van iemand met hersenschade een zeer individuele zaak is. Het boek is daarom kritisch over algemene richtlijnen en protocollen, maar vermeldt die wel.   

Heeft u samengewerkt met professionals uit andere disciplines (zoals artsen, fysiotherapeuten of docenten) tijdens het schrijven?
Jazeker. Bij diverse onderwerpen heb ik advies van collega’s uit andere disciplines gevraagd (fysio/logo/ergotherapie, revalidatie-artsen, neuropsychologen). 

Hoe zorgt u dat de nieuwe editie blijft aansluiten bij actuele beroepscompetenties en het landelijk opleidingsprofiel? 
Dikke boeken worden tegenwoordig niet meer gelezen. Het boek Neurorevalidatie werd van de 1e t/m de 6e druk steeds dikker. Dat had vooral te maken met een toenemende documentatie vanuit wetenschappelijk onderzoek. Anno 2025 is veel informatie algemeen geaccepteerd. Dat is de reden dat ik veel aanhalingen uit en verwijzingen naar wetenschappelijke literatuur heb verwijderd. De 7e druk is daardoor 25% dunner geworden en dus meer behapbaar voor studenten. Ik heb geprobeerd mij te beperken tot informatie die echt voor de praktijk van belang is. 

Hoe ziet u de rol van docenten bij het gebruik van uw boek in het onderwijs?
De docent kan het boek gebruiken om zijn lessen voor te bereiden en te geven. Als de studenten het boek ook hebben, kan er in kleine groepen gewerkt worden aan vragen en casuistiek (die op het digitale platform staan dat bij het boek hoort). 

Hoe zorgt u dat het boek ook toekomstbestendig blijft met het oog op veranderingen in de zorg?
Dat hangt natuurlijk van de veranderingen in de zorg af. Als alles wordt overgenomen door robots en AI, zal er geen plaats meer zijn voor een boek. Ik denk echter dat het zover niet komt. Mensen die in de praktijk met patiënten werken, zullen het altijd op prijs stellen in een boek iets over achtergronden te lezen. 

Heeft u een achtergrond in de medische wereld, en zo ja hoe heeft die uw schrijfstijl of de inhoud beïnvloed? 
Ik ben gepromoveerd medicus met een achtergrond in research. Heb mij vooral op onderwijs gericht (leerboeken, colleges, cursussen). Heb tijdens mijn co-schappen vele patiënten gezien, en later weer in het kader van klinisch onderzoek bij CVA-patiënten. 


Neurorevalidatie / Druk 6

Dit boek biedt een helder en praktisch onderbouwd kompas voor neurorevalidatie: van hersenplasticiteit en herstelmechanismen tot leertheorie en concrete behandelkeuzes. Met inspirerende patiëntvoorbeelden en direct toepasbare inzichten helpt het zorgprofessionals om doelgericht te handelen: wat doe je, waarom, wanneer en bij wie? 

De volledig herziene zesde druk – inclusief digitale extra’s – is onmisbaar voor iedereen die hersenrevalidatie écht wil begrijpen én verbeteren.



Meer van Ben van Cranenburgh

Je dynamische snippet wordt hier weergegeven ... Dit bericht wordt weergegeven omdat je niet zowel een filter als een sjabloon hebt opgegeven om te gebruiken.

Meer interviews lezen?
Klik hier